ANW rekenvoorbeelden 

 

De Algemene Nabestaandenwet zet best wel ingewikkeld in elkaar. Naast de verschillende voorwaarden waarop gelet moet worden, kan ook het inkomen van de nabestaande zelf van invloed zijn op de hoogte van de uitkering. Om daarin enig inzicht te geven hebben wij een aantal voorbeelden voor u op een rij gezet.


Voorbeeld 1
Johan (35) is getrouwd met Karin (33). Hun zoon, Dick is 8 jaar. Johan werkt in een fabriek en heeft een bruto jaarinkomen van € 24.000,-. Karin heeft geen betaald werk. Johan overlijdt na een verkeersongeval. Omdat hij een jong kind lalaat heeft Karin recht op een ANW-uitkering.

Zolang de omstandigheden niet wijzigen, heeft Karin, tot haar zoon 18 jaar wordt, het volgende bruto jaarinkomen:

€  15.239,40   Wettelijke ANW-uitkering
€   3.672,84   Halfwezenuitkering
€   3.306,00   Nabestaandenpensioen werkgever Johan
€      661,00   Wezenpensioen werkgever Johan
----------------
€  22.879,24  Totale inkomen per jaar

Als haar zoon 18 wordt vervallen de ANW-uitkering, de Halfwezenuitkering en het wezenpensioen. Van het oorspronkelijke inkomen van Karin (ze is nu 43 jaar) resteert slechts €  3.306,- per jaar, eventueel aangevuld tot bijstandsniveau.

 


Voorbeeld 2
Ingrid (50) woont samen met Kees (45). De kinderen zijn het huis uit. Ingrid werkt al 15 jaar als administrateur en heeft een brutojaarinkomen van €  30.000,-. Kees werkt parttime in een schoenenzaak en heeft een brutojaarinkomen van €  15.000,-. Hun gezamenlijke brutojaarinkomen is dus €  45.000,-.

Ingrid overijdt na een kort ziekbed. Omdat Kees geboren is ná 1950, heeft hij geen recht op een ANW-uitkering. Tot zijn 65e heeft Kees het volgende inkomen:

€  15.000,00  eigen inkomen
€   6.306,00  nabestaandenpensioen van de werkgever van ingrid
---------------
€ 21.306,00   totale inkomen per jaar

Een dergelijke ernstige achteruitgang in het inkomen van de achterblijvende partners Karin en Kees kan worden opgevangen door een verzekering voor ANW-hiaatpensioen af te sluiten.